Een veelbelovende strategie om kritieke tekorten op de arbeidsmarkt op te lossen is het aantrekken van werknemers uit andere landen of regio’s. Het vermogen om talent van over de geijkte grenzen te recruteren én de effectiviteit van het managen van een steeds gemêleerder medewerkersbestand zijn belangrijke factoren voor succesvol ondernemen in de Human Age, het tijdperk waarin mensen meer dan ooit de belangrijkste sleutel zijn tot het succes van ondernemingen en economische bloei.
Vandaag publiceert HR-dienstverlener ManpowerGroup de resultaten van een onderzoek onder bijna 25.000 werkgevers  in 39 verschillende landen en gebiedsdelen naar arbeidsmigrate wereldwijd.

De belangrijkste conclusies:

  1. 1 op de 4 werkgevers wereldwijd doet een beroep op buitenlandse werknemers vanwege de talent mismatch in eigen land. Vooral ingenieurs en vaklieden worden veel gevraagd en die functies worden ook vaak door buitenlanders vervuld.
  2. China, India, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten zijn de landen die werkgevers wereldwijd het meest associëren met beschikbaarheid van geschikt talent. Maar door demografische en economische ontwikkelingen staan andere landen soms hoger op de lijst van kwantitatieve talentpools; zo heeft Polen drie keer zoveel werknemers te bieden als het Verenigd Koninkrijk.
  3. Buitenlandse werving blijft belemmerd door obstakels als visa-problematiek, juridische eisen en taalbarrières.
  4. 1 op de 3 werkgevers wereldwijd maakt zich zorgen over het vertrek van talent naar andere landen. Het gros van hen vindt dat ondernemingen en overheid meer moeten doen om deze emigratie te beperken en om binnenslands ontwikkeling van de belangrijkste benodigde vaardigheden te stimuleren.
  5. Expats spelen vandaag de dag nog steeds een belangrijke rol op managementniveau. Vooral Amerikaanse organisaties hebben vaak buitenlandse leiders.

Waar is de interesse in buitenlandse werknemers het grootst?
Wereldwijd geeft 24% van de ondervraagde werkgevers aan dat arbeidsmigratie wezenlijk is voor economisch succes. In de beide Amerika’s is dat 32%. Daarbij scoren de Verenigde Staten en Costa Rica het hoogst met 75% en 51%; Brazilië en Columbia het laagst met 14% en 9%. In de regio Azië Pacific onderkent 25% van de geënquêteerden het belang van buitenlands talent. Het hoogste percentage staat op naam van Singapore (61%); Japan (48%), Nieuw-Zeeland (39%) en Australië (35%) volgen. Het minst hechten China (8%) en India (2%) aan arbeidsimmigratie. Europa (EMEA) als geheel scoort onder het wereldwijde gemiddelde met 19%. Noorwegen meldt de meeste interesse (36%), gevolgd door Italië (34%), Oostenrijk en Griekenland (beide 29%). Het laagst scoren Zweden (3%), Zuid-Afrika (7%), Ierland (8%), Polen (8%) en Roemenië (9%).

Welke buitenlandse talenten zijn het meest gevraagd en waar komen ze vooral vandaan?

  • Wereldwijd: ingenieurs (11%),uit China (11%)
  • Amerika’s: ingenieurs (11%), uit India (14%)
  • Azië Pacific: ingenieurs (14%), uit China (18%)
  • Europa: arbeiders (17%), uit Polen (12%)

Belemmeringen voor werving over de grenzen
Desgevraagd geven werkgevers wereldwijd aan dat de belangrijkste belemmeringen bij het buitenlands werven gelegen zijn in het mijnenveld van juridische en visa-vereisten, direct gevolgd door taalbarrières. Eén op de tien geënquêteerde werkgevers noemt de kosten een obstakel en bijna evenveel geïnterviewden zien problemen met culturele assimilatie als een hindernis. Een significante minderheid van de ondervraagde werkgevers geeft aan niet te weten in welke landen het door hen gewenste talent eventueel beschikbaar is, en evenmin hoe men daar zou moeten werven.
Opvallend is dat de meerderheid (56%) van werkgevers in Europa die over de grenzen naar talent zoeken, juist aangeeft nauwelijks obstakels te ervaren. Ongetwijfeld is dat het resultaat van de migratie-vriendelijke open grenzen-politiek van de Europese Unie. Eén op de zes werkgevers maakt gewag van taalproblemen als mogelijke belemmering en slechts 13% rapporteert juridische  of visa-moeilijkheden. Financiële of culturele barrières worden in Europa nauwelijks ervaren.

Migratiebewegingen
De migratiebeweging loopt niet altijd simpelweg van minder-ontwikkelde naar meer-ontwikkelde landen. Zo zijn er bedrijven en organisaties in de zich ontwikkelende landen die op zoek zijn naar executives en middelmanagement uit ontwikkelde westerse landen om aldus ervaren managers te krijgen. Veel arbeiders remigreren overigens zodra de lonen en arbeidsvoorwaarden in het eigen land verbeteren. Ook dat wordt een steeds duidelijker beweging. Binnenlandse migratie – vaak van armere, meer rurale gebieden naar stedelijker agglomeraties – komt ook veel voor. Bekende voorbeelden zijn Mexicanen uit het agrarische zuiden van het land die in het verstedelijkte noorden gaan werken, Japanse boeren die naar de stad trekken en Tamil IT-specialisten die zich in technologische hotspots als Bangalore of snelgroeiende staten als Haryana en Maharashtra vestigen.

Zorgen over emigratie van talent
Wereldwijd meldt één op de drie werkgevers bezorgd te zijn over de impact van vertrekkend talent op de arbeidsmarkt thuis. Niet verrassend is dat dergelijke zorgen het meest voorkomen in landen die traditioneel een hoge arbeidsmobiliteit kennen.
In Europa is de bezorgdheid over de impact van vertrekkend talent op de lokale arbeidsmarkt het grootst in Bulgarije (73%), Griekenland (72%) en Turkije (64%). Maar ook Roemenië, Italië, Ierland, Slovenië en Zuid-Afrika rapporteren meer dan gemiddeld angst daarvoor. Veel onbezorgder zijn landen als Zwitserland (11%), België (12%) en Nederland (14%).

De rol van overheid en zakenleven
Van de werkgevers wereldwijd die bezorgd zijn over vertrekkend talent vindt slechts 15% dat overheid en ondernemingen genoeg doen om benodigd talent terug te halen. Meer dan drie van de vier werkgevers vindt het tegenovergestelde: er wordt onvoldoende actie ondernomen.
In Europa vindt maar 8% van de respondenten dat overheid en ondernemingen emigratie en remigratie van talent goed beheersen. 83% vindt dat het beter kan. Overigens vormen Nederland en Zwitserland daarop binnen Europa positieve uitzonderingen: respectievelijk 33% en 24% van de ondervraagden vindt dat emigratie in hun land wel effectief wordt aangepakt.

Economisch meest bedreigende landen
ManpowerGroup vroeg werkgevers naar hun top drie van economisch meest bedreigende landen. Op wereldwijde schaal worden China (30%) en de Verenigde Staten (18%) het meest genoemd. Ook India scoort met 10% hoog op deze lijst, evenals Duitsland (8%), het Verenigd Koninkrijk (7%), Japan (5%) en Brazilië (5%).
In Europa ziet men vooral China (21%) en Duitsland (18%) als grootste concurrent voor economisch succes in eigen land. India (9%), het Verenigd Koninkrijk (9%) en de Verenigde Staten (8%) volgen daarna. In zowel Duitsland als het Verenigd Koninkrijk zelf zien werkgevers China als grootste economisch bedreigende factor.

Nederlandse cijfers
In Nederland zijn 312 werkgevers geïnterviewd. 22% van hen geeft aan met buitenlandse werknemers te werken. De meest genoemde functiecategorieën waarvoor in Nederland over de grenzen wordt geworven zijn: arbeiders en mecaniciens, beide 19%. Gevraagd naar de landen waar de meeste buitenlandse werknemers in Nederland vandaan komen, antwoordden de werkgevers: Polen (26%), België (14%), Hongarije (12%) en Duitsland (10%). Ter informatie: de percentages voor Marokko en Turkije zijn respectievelijk 9% en 6%.

Van mogelijke belemmeringen voor buitenlandse werving worden in Nederland het meest de taalbarrière (22%) en de kosten (16%) gerapporteerd. Als landen die voor Nederland de grootste economische bedreiging vormen worden China (13%), Polen (9%) en Duitsland (7%) genoemd. Uit het buitenland afkomstige werknemers op managementniveau zijn in Nederland schaars, zo blijkt uit de antwoorden. 62% van de ondervraagden meldt dat dat voor niemand in hun onderneming opgaat, bij 8% gaat het om één tot vijf personen, bij 11% om vijf tot twintig personen en bij 8% om meer dan twintig personen. 11% heeft geen idee.

Over het onderzoek
ManpowerGroup’s research voor dit onderzoek vond plaats in juli en augustus 2011. Meer dan 25.000 werkgevers in 39 landen en gebiedsdelen werden ondervraagd. De vragen werden overal behalve in de Verenigde Staten telefonisch gesteld. In de VS gebeurde dat online.